Wittevlieg

Wittevlieg

De naam witte vlieg is best verwarrend, want het is helemaal geen vlieg maar een lid van de bladluisfamilie, ook wel motluis genaamd. Deze dofwitte, bepoerde vliegjes zitten vooral verstopt aan de onderkant van de bladeren. Ze zuigen er de plantensappen op, waardoor de plant verzwakt. Daarbovenop scheidt de witte vlieg net zoals bladluizen plakkerige honingdauw af en trekt daarmee schimmels zoals roetdauw aan, en die kun je in de serre/kas missen als kiespijn.

Tomaten, aubergines en komkommers in de serre/kas zijn er gevoelig voor, en worden erdoor geremd in hun groei. Gelukkig is er een specifieke sluipwesp, Encarsia formosa, die zich uitsluitend op witte vlieg richt.

“Plant siertabak (Nicotiana) en stinkertjes in de serre/kas, van zo’n sterke geuren houdt de witte vlieg niet.”

DCM Encarsi-Guard®

Met de sluipwesp Encarsia formosa heb je een heel krachtig wapen in handen tegen een van de meest hardnekkige schadelijke bezoekers van je serre/ kas. Ze hebben niets van doen met echte wespen: dit diertje is amper 0,6 mm groot en steekt beslist niet. Ze injecteren hun eitjes in de larve of de pop van de witte vlieg, a rato van 8 tot 10 eitjes per dag. De sluipwesplarve die uit het ei komt, voedt zich met zijn gastheer, die sterft en zwart verkleurt. 20 dagen later is de sluipwesp volwassen, en kan ze op haar beurt een nieuwe strijd tegen de witte vlieg aanvangen.

Gebruiksaanwijzing

Met de DCM Encarsi-Guard® prepaid box bestel je minstens 1000 poppen van de sluipwesp Encarsia formosa, vermengd met zaagmeel, goed voor 20 m². Verdeel ze over de 4 meegeleverde boxen, en hang ze op of tussen de aangetaste planten, zo dicht mogelijk bij de broeihaard. Ze ontwikkelen zich optimaal tussen 18 en 28°C, en zijn daarom ook zo efficiënt in de warmte van de serre/kas, van mei tot augustus. Haal geen oude bladeren uit de serre/kas weg, daar kunnen nog ontluikende (zwarte) poppen met sluipwespen op zitten! Gebruik ook geen chemische bestrijdingsmiddelen voor of na het uitzetten van de boxen. En houd de mieren op afstand, die zijn immers dol op de honingdauw van de bladluizen, en beschermen hun ‘kudde’ tegen sluipwespen.

“Bij Encarsia formosa geldt: vrouwen aan de macht. Een populatie bestaat voornamelijk uit vrouwtjes, die geen bevruchting nodig hebben.”