Rupsen in de moestuin

Rupsen in de moestuin

In een moestuin leven veel rupsen. Ze voeden zich met mals groen, om dan uit te groeien tot motten, vlinders. Sommige richten beperkt schade aan, maar andere zijn bijzonder vraatzuchtig, zoals de rups van het koolwitje, dat je kolen kaal vreet. De larven van de koolvlieg gaan nog drastischer te werk. Ze voeden zich met de wortels en stam van de kolen; een paar larven is al genoeg om je kool om zeep te helpen.

Als je veel vogels in je tuin hebt, pikken die wel een deel van de rupsen van je groenten af, en grote rupsen kun je ook met de hand weghalen. Maar nog gemakkelijker is om de bladeren minder aantrekkelijk te maken voor de rupsen.

Gesteentemeel zoals bevat veel kiezelzuur (silicium) en sporenelementen. Wanneer je het over de bladeren van bijvoorbeeld je groenten vernevelt, onttrekt het water aan het blad, waardoor het harder en resistenter wordt.

Brandnetels bevatten opvallend veel sporenelementen, magnesium, zwavel en ijzer. Een douche van brandnetelgier op de bladeren verhoogt de weerstand van je moestuinplanten en sterkt ze aan, na een aanval van rupsen. Bovendien houden rupsen producerende dieren als vlinders en motten niet van de geur van brandnetelgier, en zullen ze eerst elders een plek zoeken om hun eitjes op af te leggen, dan in de moestuin te blijven hangen.

“Een hard, stug blad is lang niet meer zo’n lekker hapje als een mals sappig blaadje.”