Voederen

Voederen

De precieze voedingsbehoefte van de vissen in uw vijver is moeilijk te bepalen. Als u rekening houdt met onderstaande punten, zullen er wellicht geen problemen opduiken.

Hoeveelheid

Voeder nooit meer dan de vissen in 5 minuten opeten. Overtollig visvoer zinkt naar de bodem en rijkt het water aan met voedingsstoffen waardoor de kans op algengroei toeneemt. Bovendien wordt bij de afbraak van dit overtollig voeder nodeloos zuurstof verbruikt. Geef liever wat te weinig voeder als teveel: een vis eet namelijk vaak méér dan eigenlijk goed voor hem is. Op die manier kan de zwemblaas letterlijk in de verdrukking komen.

Samenstelling

Niet alleen de hoeveelheid voeder, maar ook de samenstelling van het voeder is belangrijk. In het voorjaar en het najaar geeft u best licht verteerbaar voeder op plantaardige basis omdat de stofwisseling van de koudbloedige vissen bij lagere temperaturen niet op volle toeren draait. In de zomer geeft u energierijk voeder met vooral dierlijke eiwitten.

Ook vitaminen moeten in het voeder aanwezig zijn. Vitamine A is belangrijk voor het gezichtsvermogen, vitamine B2 is nodig voor de opname van koolhydraten en vitamine C en D zijn belangrijk voor de stevigheid van het skelet. Laat u voor de juiste keuze van kwalitatief visvoer begeleiden door uw tuin- of vijvercentrum.

Frequentie

De regelmaat van voederen is afhankelijk van twee factoren:

  • de plantenrijkdom in de vijver
  • de watertemperatuur

Veel planten betekent niet alleen veel plantaardig voedsel maar ook veel insecten in het water en op de onderwaterplanten. Bij een beplante vijver moet ’s zomers dan ook minder frequent gevoederd worden (3-4 keer per week) dan in een onbeplante vijver (dagelijks). In elk geval is één voederbeurt per dag voldoende.

Zodra de watertemperatuur onder 15°C zakt, mag u de voederregimes halveren: 1-2 voederbeurten in een beplante vijver en 3-4 keer in een onbeplante vijver. Gebruik ook lichter verteerbaar voeder. Stop volledig met voederen wanneer de watertemperatuur lager is dan 10°C. Zowel de stofwisseling van de vissen als de waterzuiverende activiteit van nitrificerende bacteriën valt dan grotendeels stil.