Aanleg

Aardappelen planten, aanaarden en bemesten in de moestuin

In de supermarkt kan je allerlei soorten aardappelen kopen, maar de lekkerste aardappelen kweek je gewoon zelf. Heb je nog een lapje grond over, dan loont het dus zeker de moeite om je eigen aardappelen te kweken. Met de juiste voorbereiding en verzorging leveren je aardappelplanten vast een rijke oogst op waar je lange tijd van kan genieten.

De voorbereiding van het pootgoed

Wanneer je overweegt om zelf aardappelen te kweken, wacht dan niet te lang om het pootgoed uit te kiezen. Zeker wanneer je op zoek bent naar een specifieke variëteit. Door je pootaardappelen al vroeg in het jaar aan te kopen, profiteer je niet alleen van een ruim aanbod, maar heb je bovendien nog voldoende tijd om de knollen te laten kiemen.
Voorgekiemde aardappelen zullen sneller oogstklaar zijn. Ze hebben immers al scheutjes gevormd nog voor ze geplant worden. Om de plantaardappelen goed te laten kiemen, leg je ze best naast elkaar in bakjes. Zet ze vervolgens gedurende een drietal weken op een koele plek (ca. 10° C) en zorg ervoor dat ze voldoende licht krijgen. In de tussentijd kan je het  perceel voor de aardappelen alvast plantklaar maken.

De ideale grond voor aardappelen

De meeste grondtypen zijn geschikt voor aardappelen, maar ze doen het vooral goed in een vruchtbare, goed drainerende grond. Weet ook dat aardappelen een iets lagere zuurtegraad verkiezen (pH= 5-6). Ze zijn dan minder gevoelig voor schurft. Een aardappelveldje kan je daarom beter niet bekalken.

Bereid het perceel voor de aardappelen op dezelfde manier voor als de andere percelen in je moestuin.

Aardappelen aanplanten

Wanneer kan je je aardappelen planten? Van zodra de grond warm genoeg is en er geen nachtvorst meer wordt verwacht, kan het gekiemde pootgoed de grond in. Om het planten te vergemakkelijken, maak je de grond net voor het planten best nog even goed los.   

  • Bij het aanplanten doe je er goed aan voldoende kalium in het plantgat mee te geven, bijvoorbeeld in de vorm van DCM Tuinkali / Tuinpotas. Kalium bevordert immers de vruchtvorming en zorgt voor dikke, stevige en smakelijke aardappelen.
  • Plant de aardappelen in rijen. Voorzie voldoende afstand tussen de rijen (± 70 cm), zo kan je je aardappelplanten achteraf gemakkelijker aanaarden.  Maak plantgaten van zo’n 5 cm diep. In lichte grond (zandgrond) mogen ze zelfs iets dieper zijn (tot 10 cm). Respecteer een afstand van 30 tot 50 cm tussen de plantgaten. Leg vervolgens in elk plantgat een knolletje. Let erop dat de knolletjes met de mooiste scheut naar boven liggen.
  • Vul de plantgaten verder aan met grond, druk zachtjes aan en geef water.

Na 4 weken is het loof al goed opgeschoten en moet je aanaarden.

Aardappelen aanaarden en bemesten

Een paar weken nadat je je aardappelen gepoot hebt, zie je meestal de eerste stengels met blaadjes boven de grond verschijnen. Zodra de bovengrondse stengels ongeveer 15 cm hoog zijn, is het tijd om je aardappelplanten aan te aarden. 

Dat betekent dat je de grond rond de stengels aan beide kanten van de plantrij gaat ophogen. De jonge stengels zullen hierdoor grotendeels bedekt worden met aarde. Indien er nog nachtvorst verwacht wordt, mag je ze zelfs volledig bedekken. Zo zorg je voor extra bescherming.  

Het aanaarden herhaal je best nog een tweetal keren, telkens na 3 à 4 weken.

Tijdens het aanaarden doe je er goed aan om ook meteen een kaliumrijke voeding toe te dienen. DCM Meststof Aardappelen is een puur organische voeding met een hoog kaliumgehalte. Ze geeft je aardappelplanten gedurende meer dan 100 dagen de nodige energie om veel en lekkere aardappelen te produceren.

Het aanaarden van je aardappelplanten heeft zo zijn voordelen:

  • Je planten worden gestimuleerd om meer ondergrondse stengels en dus meer aardappelen te vormen. 
  • Het extra laagje aarde beschermt ze bovendien tegen nachtvorst en zorgt ervoor dat de reeds gevormde knollen niet blootgesteld worden aan het zonlicht, waardoor ze groen zouden kleuren. 
  • De opgehoogde grond warmt tevens sneller op en voert de regen beter af. Je aardappelen zullen dus geen natte voeten krijgen, wat dan weer de kans op ziekten vermindert.

Voor meer info over een gezonde moestuin, lees ook: Je moestuin aanleggen van A tot Z: zo ga je te werk

Kort samengevat

Voorgekiemde aardappelen zullen sneller oogstklaar zijn. Ze hebben immers al scheutjes gevormd nog voor ze geplant worden. Om de plantaardappelen goed te laten kiemen, leg je ze best naast elkaar in bakjes. Zet ze vervolgens gedurende een drietal weken op een koele plek (ca. 10° C) en zorg ervoor dat ze voldoende licht krijgen.

De meeste grondtypen zijn geschikt voor aardappelen, maar ze doen het vooral goed in een vruchtbare, goed drainerende grond. Weet ook dat aardappelen een iets lagere zuurtegraad verkiezen (pH= 5-6). Ze zijn dan minder gevoelig voor schurft.

Van zodra de grond warm genoeg is en er geen nachtvorst meer wordt verwacht, kan het gekiemde pootgoed de grond in. 

Zodra de bovengrondse stengels ongeveer 15 cm hoog zijn, is het tijd om je aardappelplanten aan te aarden. Dat betekent dat je de grond rond de stengels aan beide kanten van de plantrij gaat ophogen. De jonge stengels zullen hierdoor grotendeels bedekt worden met aarde.

Vind een verkooppunt bij u in de buurt

DCM Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!