Header image alt
Advies

De eerste 14 dagen na het oppotten: zo leg je de basis voor een uniforme potteelt

Je kent het ongetwijfeld: een partij planten die perfect werd opgepot, maar enkele weken later toch minder uniform groeit dan verwacht. Sommige planten blijven duidelijk achter. De oorzaak ligt vaak niet later in de teelt, maar in de eerste dagen na het oppotten.

Bovengronds gebeurt er weinig, maar onder het oppervlak vormt zich de basis voor de rest van de teelt. Wie in deze fase de juiste omstandigheden creëert voor de wortels, voorkomt problemen die anders de hele teelt blijven doorwerken.

Drie factoren zijn daarbij cruciaal: een stabiele watergift, een zachte opbouw van de bemesting en een actief wortelmilieu.

Niet te droog, niet te nat

Watergift speelt een sleutelrol in de eerste 14 dagen na het oppotten. Jonge wortels zijn nog kwetsbaar en reageren sterk op schommelingen in het substraat.

  • Te droog: risico op hoge EC
    In een te droog substraat blijft er relatief veel meststof achter in een kleine hoeveelheid water. Daardoor stijgt het zoutgehalte (EC). De jonge wortels krijgen een te geconcentreerde voedingsoplossing, wat wortelschade kan veroorzaken en de opname van water en voedingsstoffen bemoeilijkt. Planten starten daardoor moeilijk na het oppotten.

  • Te nat: zuurstoftekort
    Blijft het substraat te lang verzadigd, dan ontstaat zuurstoftekort. Dat verzwakt het wortelgestel en verhoogt het risico op wortelproblemen. De plant vormt minder nieuwe wortels en blijft achter in groei.

-

Watergift monitoren: van potten wegen tot sensoren

Voor een stabiele watergift is monitoring essentieel.

  • Door een pot vlak na het begieten te wegen en dat gewicht enkele dagen later opnieuw te controleren, krijg je inzicht in het waterverbruik van de plant. Zo kun je een streefgewicht bepalen waarbij het substraat nog voldoende vochtig is, maar niet verzadigd.

  • Daarnaast groeit, zeker in grotere potteelten, het gebruik van vochtsensoren in het substraat. Die meten realtime hoeveel water er beschikbaar is voor de plant. Telers kunnen de irrigatie zo nauwkeuriger afstemmen op de behoeften.

Het resultaat: minder schommelingen en een stabielere wortelomgeving.

Eerst wortels, dan voeding

Na het oppotten is het wortelstelsel nog beperkt en vaak licht beschadigd. De plant moet eerst nieuwe, fijne wortels vormen voordat ze efficiënt water en voedingsstoffen kan opnemen. Daarom vraagt deze fase voorzichtigheid in de bemesting. Bij te snelle of te veel meststoffen wordt de zoutconcentratie in het substraat te hoog en raken jonge wortels beschadigd (‘verbranden’). Dat heb je niet bij een organische basisbemesting in het substraat, die de voeding geleidelijk vrijgeeft aan de jonge planten.
Naarmate het wortelstelsel zich verder ontwikkelt, kan de bemesting geleidelijk worden opgebouwd.

Actieve bodembiologie stimuleer de wortelstart

Naast water en voeding speelt ook de bodembiologie een belangrijke rol in de opstartfase. In een nieuwe substraat moet het bodemleven zich immers nog ontwikkelen.

Steeds meer kwekers kiezen er daarom voor om bij het oppotten nuttige micro-organismen aan het substraat toe te voegen. Een actief microbieel leven rond de wortels helpt planten om sneller te herstellen en nieuwe wortels te vormen.

Biostimulanten in het substraat

DCM INSTANT TD® brengt nuttige bodemschimmels en biostimulanten in het substraat. Dat maakt het wortelmilieu sneller biologisch actief. Planten met een actieve bodembiologie bewortelen doorgaans beter en slaan sneller aan na het oppotten.

Wat is de invloed van Trichoderma op de beworteling?

Aangieten met biostimulanten

Ook vloeibare biostimulanten zoals DCM VITACT® R, ondersteunen de wortelstart. Door planten meteen na het oppotten aan te gieten, komen actieve stoffen direct in de wortelzone terecht. Dat helpt planten sneller nieuwe wortels vormen en beter omgaan met de stress van het verplanten.

Wat is het effect van aangieten met biostimulanten meteen na het oppotten?

Worteldip vóór het oppotten

Een actieve wortelstart kan zelfs al voor het oppotten beginnen. Bij een worteldip dompel je stekken of zaailingen onder in een oplossing van nuttige micro-organismen. DCM IMPULS TD® bevat Trichoderma spp. die zorgen voor een versnelde vrijzetting van fosfor, waardoor deze onmiddellijk beschikbaar wordt voor de plant. Dat versnelt de beworteling en verhoogt de weerbaarheid van de planten in deze gevoelige fase.

Signalen dat de opstart niet goed verloopt

Omdat de eerste weken grotendeels onder de grond plaatsvinden, worden problemen vaak pas later zichtbaar.

  • Gebrek aan uniformiteit. Sommige planten groeien vlot door, terwijl andere achterblijven. Die verschillen ontstaan vaak al in de eerste dagen na het oppotten en blijven de hele teelt zichtbaar.

  • Groeiachterstand. Door een zwakke wortelontwikkeling in de eerste twee weken vormen planten trager nieuwe scheuten of bladeren. Die achterstand blijft vaak ook later zichtbaar.

Sterkere wortelstart = sterkere teelt

De periode vlak na het oppotten blijft grotendeels onzichtbaar, maar bepaalt in grote mate het succes van de teelt. Biostimulanten kunnen in deze fase helpen om de wortelontwikkeling extra te ondersteunen.

En zoals veel telers weten: een sterke wortelstart vertaalt zich bijna altijd in een sterkere teelt.

Wens je productadvies op maat?

Neem dan contact op met één van onze experts.

Onze experts

Of vul het contactformulier in.

Contact
Kort samengevat

In deze periode vormen planten nieuwe wortels en herstellen ze van het verplanten. Een goede wortelstart bepaalt later de uniformiteit en groei van de hele partij.

Te droog substraat verhoogt de EC rond de wortels, terwijl te nat substraat zuurstoftekort veroorzaakt. Beide remmen de wortelontwikkeling.

Biostimulanten stimuleren de wortelontwikkeling, versnellen het aanslaan van planten en versterken de weerbaarheid, waardoor jonge planten sneller en uniformer doorgroeien.

Summary image alt

Gerelateerde producten